De resultaten van het MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag vormen een belangrijke bouwsteen voor het gebiedsprogramma Duurzame Bereikbaarheid Rotterdam Den Haag. Het Gebiedsprogramma wordt op dit moment ontwikkeld door de twee kwartiermakers, Peter Verbon (Provincie Zuid-Holland) namens de regio en Gerard Snel (IenM/DG Bereikbaarheid) namens het Rijk. Hoe kijken zij aan tegen de opbrengsten?

Gerard: “We hebben vanaf het voorjaar meegedraaid in de ateliers van het MIRT-onderzoek, zodat we een goed begrip hebben kunnen ontwikkelen van de opgaven en oplossingsrichtingen die het MIRT-onderzoek heeft opgeleverd. En ervaren hoe een brede groep belanghebbenden intensief zijn betrokken bij het onderzoek. Omdat zo veel is onderbouwd en doorgerekend, geeft het onderzoek ons een stevig fundament voor het gebiedsprogramma. Maar waar het onderzoek zich niet hoefde te laten beperkten door de financiële mogelijkheden, moeten wij dit in dit programma wel doen. De reikwijdte van het programma is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen bij Rijk en regio. We zullen de bestuurders moeten helpen bij het komen tot scherpe keuzes tussen de vele –begrijpelijke- opgaven die het MIRT-onderzoek heeft opgeleverd. In vervolgstudies zullen we moeten komen tot een concrete onderbouwing van de prioritering van opgaven en de (kosten)effectiviteit van oplossingsrichtingen“.

Peter: “Het MIRT-onderzoek is een heel belangrijke bouwsteen voor het programma, waar we dankbaar op voortbouwen. Maar er zijn er nog meer: het MIRT-onderzoek naar Mainport/Greenports maakt duidelijk dat er opgaves zijn voor de bereikbaarheid van deze clusters, de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse 2017 laat zien dat er nog veel knelpunten te verwachten zijn op de landelijke, regionale en lokale netwerken. Ook documenten als het MIRT-onderzoek Internationale Connectiviteit, de regionale investeringsagenda en het Toekomstbeeld OV geven ons nadere informatie over de opgaven in het gebied. Kortom: inhoudelijk hebben we een heel stevig fundament, het komt nu aan op focus te bepalen wat we op korte-, middellange en lange termijn gaan oppakken. En wie daarover op welke manier over besluiten.”

Gerard: “We bereiden nu een aantal dingen voor voor het Bestuurlijk Overleg MIRT van dit najaar. Allereerst is dat een programmaplan: hoe organiseren we vanaf volgend jaar de gezamenlijke inspanning van Rijk en regio, samen met partners in de samenleving, om de bereikbaarheid in deze regio te versterken? Niet omdat bereikbaarheid ons ultieme doel is. Vanuit het MIRT-onderzoek hebben we de bovenliggende doelstellingen overgenomen in onze programmadoelen: een sterke economie, een aantrekkelijk leefmilieu en kansen voor mensen in deze regio. Daarbij zullen we gezamenlijk prioriteiten bepalen, en op basis van wederkerigheid middelen beschikbaar stellen. Het Rijk heeft middelen uit het MIRT gereserveerd, de regio zal daar deels geld en deels ander afspraken tegenover stellen. Denk aan afspraken over woningbouw, over parkeerbeleid. We hopen ook nadrukkelijk andere partijen te betrekken die ook een bijdrage kunnen leveren aan de programmadoelen, zoals bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.“

Peter: “Het programmaplan zal ook een schets geven van de inhoudelijke opgaven waar we de komende jaren mee aan de slag willen gaan. Op dit moment zijn we daarover nog volop in gesprek met Rijk, provincie en gemeenten. Het is wel duidelijk dat de bereikbaarheid in en tussen de grote steden een hoge prioriteit heeft, en dat de rol van OV en de fiets cruciaal zijn om ook in de toekomst deze regio bereikbaar te houden. En dat we heel goed moeten schakelen met het woningbouwprogramma in de regio: hoe zorgen we dat we de woningen daar bouwen waar we de bereikbaarheid ook kunnen garanderen?”. Misschien is de belangrijkste missie bij het vormgeven van het programma wel ontschotten: het slechten van de schotten tussen Rijk en regio, tussen verstedelijking en mobiliteit, tussen auto en OV, en tussen langetermijn visies en kortetermijn aanpak.”

Gerard: “Om bij dat laatste aan te haken: voor de middellange en lange termijn zullen we de opgaven en oplossingsrichtingen van het MIRT-onderzoek nog nader moeten uitspitten en goed moeten prioriteren. Maar we willen tegelijkertijd voorstellen doen om op korte termijn enkele urgente problemen aan te pakken en kansen te benutten. Daarbij zullen we dankbaar gebruik maken van de kennis en ervaring van Beter Benutten, en in het programma een vervolg geven aan hun aanpak.”

Peter: “We mikken erop om op het BO MIRT van dit najaar het programmaplan vast te stellen en volgend voorjaar besluiten te nemen over gebiedsgerichte verkenningen naar enkele hoofdopgaven uit het MIRT-onderzoek. We zullen daarbij zeker ook de parrtijen benaderen die in het MIRT-onderzoek een bijdrage hebben geleverd.”

Pin It on Pinterest